Historie

Vooruitgang is ons streven: de geschiedenis van RKSV Bornerbroek, afdeling voetbal.

VIOS Vooruitgang Is Ons Streven (1923-1933)

In 1923 werd in Bornerbroek de eerste voetbalvereniging opgericht. Enkele vrienden, zoals B. Oonk (Smitsbeernd) en Pater Bolscher hadden toentertijd eens zin om ‘s zondags een ‘balletje’ te trappen. Eerst moest worden gezorgd voor een accommodatie. Bij Rouhof (Witt'n Herman), achter de Sniedershof, was een stuk heidegrond dat in hun ogen wel geschikt leek als voetbalveld. De heideplaggen werden verwijderd en de gerooide dennenbomen gebruikten ze als doelpalen.

Aanvankelijk werd ‘wild’ gevoetbald. ‘In de oaldste kleer’ was het tenue. Voetbalschoenen kende men ook niet en vaak werden afgedankte, bij voorkeur spitse schoenen van hun moeders gebruikt. Een bal raken was hiermee wel moeilijk, maar als de bal niet geraakt werd, werd wel wat anders geraakt... Een voetbal werd gemaakt van oude vodden in een oude sok, welke samen gepropt werd tot een ‘ronde’ bal.

In 1928 ging men over tot het spelen van georganiseerde wedstrijden. De eerste bal werd geschonken door Johannink uit de stad (Almelo). Een heideveld op 't Röttinkveld (van Bokdam) aan de Langevoort werd met verenigde krachten, omgebouwd tot een voetbalveld. Het Twentekanaal, zijtak Almelo, was toen nog niet gegraven. Dit werd in 1936 opengesteld.

Er werd in officiële clubkleuren gespeeld: zwart shirt met witte kraag, witte voetbalbroek en zwart gebreide kousen. Voetbalschoenen (kistjes) deden toen ook hun intrede. Omdat niet iedereen zich, om financiële redenen, een paar voetbalschoenen kon veroorloven, werd door anderen één voetbalschoen afgestaan. Gespeeld werd dus met één voetbalschoen en één gewone schoen. Er was toen dus wel sprake van een evenwichtig team met zowel linksbenige - als rechtsbenige voetballers.

In competitieverband werd al gespeeld tegen katholieke verenigingen als NEO, Enter, Veldmaat, TVO, PH, De Zweef, Pathmos Boys en MVV '29. Bij uitwedstrijden zag het programma er als volgt uit: eerst naar de kerk (‘vrogmisse’), dan de zegen van de Pastoor of kapelaan en daarna fietste men met de ‘voetbalschoenen’ over het stuur en ‘lunchpakket’ in de tas, naar Nijverdal, Enschede etcetera. Het was vaak al donker wanneer men in Bornerbroek terugkwam. Een borreltje of biertje pakken was er toen niet bij omdat men daar niet genoeg geld voor had.

Thuiswedstrijden werden gespeeld na 12.00 uur en voor 15.00 uur. Immers dan begon de zondagmiddagsmis oftewel ‘Het Lof’. Op vriendelijk verzoek is het tijdstip later gezet op 16.00 uur. Bij uitwedstrijden kreeg men clementie om Het Lof niet te bezoeken.

De grote stuwkracht achter VIOS was de Duitser Willy Krompiep. Hij was in kost bij Bakker Lohuis en verdiende z'n brood als ‘upperman’. Z'n fanatisme sprak boekdelen; met de woorden "D'RAN OF GEN VRETT'N" probeerde hij zichzelf en collega's op te peppen.

In 1930 werd het eerste bestuur opgericht. Met G. Overdijk (Slotbakker), G. Ensink (Kleermakers Gait), Pastoor Osse als geestelijk adviseur en met Willy Krompiep als penningmeester. De contributie was 15 cent per week. Toen de penningmeester voldoende geld in kas had (25 gulden), ging ‘De Krompiep’ er met de clubkas tussenuit ("zonder geeld gen vrett'n!"), waarschijnlijk terug ‘in die Heimat’. Van hem is later taal noch teken vernomen.

In het laatste jaar van het bestaan van VIOS, in 1933, behaalde het ook het eerste kampioenschap. De Zweef uit Nijverdal was één van de grootste tegenstanders. In hetzelfde jaar werd uit het KJC (Katholieke Jeugd Centrale, overeenkomstig met de huidige scouting) een jeugdteam geformeerd. Meester Bakker uit Lichtenvoorde was hiervan de initiatiefnemer. Dit team speelde ook wedstrijden in de regio. Het jeugdteam ging al met een auto naar uitwedstrijden. Meester Bakker had een grote zwarte auto waar alle jongens in werden gepropt. Vele jongens voetbalden destijds alleen maar om in een auto te zitten.

1933 - 1940

Samen met dit team en VIOS werd in 1933 SVV (Stephanus Voetbal Vereniging) Bornerbroek opgericht. Aanleiding hiervoor was dat in de naam VIOS het katholieke karakter ontbrak. Met de oprichting werd het volgende bestuur geformeerd:
Voorzitter: J. Bolscher
Secretaris: Steffens
Penningmeester: G. Overdijk
Bestuursleden: Oolderink (schoenmaker), J. Morshuis en J. Wolf.

In deze tijd hadden geestelijken, naast hun kerkelijke, ook een belangrijke maatschappelijke functie. Zo ook bij SVV Bornerbroek. Pastoor Groenen en Kapelaan Scholten op Reimer waren mede-initiatiefnemers bij de oprichting van de vereniging. Mede door de stuwende kracht van deze priesters en van het bestuur is SVV Bornerbroek, na een moeilijk begin, toch tot bloei gekomen. De beruchte crisisjaren waren er de oorzaak van dat de vereniging financieel een moeilijke tijd had, maar toch lukte het hen het hoofd boven water te houden.

SVV kwam in de competitie uit met twee teams. Het tenue was een zwart shirt met gele kraag en manchetten, inclusief SVV embleem en zwarte broek.

Als domicilie werd een stuk weiland gekozen van de familie Bolscher-Lohuis, destijds van de familie Smook. Tussen ‘het wandelpad’ en de Bornsestraat, ‘De Knös’, werd het eerste voetbalveld opgetuigd. Vaak werd een stuk grond gezocht bij iemand uit het bestuur. Voor de doelen werden vierkante palen en latten gebruikt en later werden ook netten achter de doelen gehangen. Lijnen werden kort voor de te spelen wedstrijden met witte kalkpoeder getrokken.

Kleedaccommodatie kende men niet. De jongens van Bornerbroek kleedden zich thuis aan voor de match en de tegenstanders in de schuur van De Snieder (Te Riet) of bij Café Annink (‘Martinus’). Hiervoor werd met behulp van gordijnen een afscheiding gemaakt. De cafés hadden hier profijt van omdat er na afloop een pilsje kon worden meegepikt. In de rust zorgden onder anderen Marie Scholten (Marie van Eef) voor thee.

Omdat de SVV een katholieke vereniging was, kwam het uit in de R.K.U.V.B (Voetbalbond onder auspiciën van het bisdom Utrecht). Al in het eerste competitiejaar werd een kampioenschap beklonken. Dit werd gerealiseerd in een beslissingswedstrijd tegen De Zweef 3 op het terrein van SV Enter. De uitslag was 3-1.

Hierna zag men het nut van een trainer in. In 1935 werd derhalve de eerste trainer aangetrokken. De heer Bartelink voorzag de voetballers van de nodige oefenstof. In de R.K.U.V.B. werd o.a. gevoetbald tegen M.V.V., Stevo, Tukkers, T.V.O., U.D. Bonifatius Boys, De Zweef en Enter.

1940-1960

Bij het uitbreken van de oorlog was het gedaan met het voetballen in Bornerbroek. Er werd nog wel eens vriendschappelijk gevoetbald, maar voor het ‘grote werk’ werd uitgeweken naar Enter. Jan Slot (Timman's Jan), Herman Braakhuis (De Mulder) en Bernard Wolf gingen bij de SV Enter spelen. Bernard Wolf en Herman Braakhuis haakten na een jaar af, omdat geen plaats in het eerste elftal verworven kon worden. Herman Braakhuis heeft in de resterende oorlogsjaren gespeeld bij NEO. Jan Slot heeft tot aan het einde van de oorlog bij Enter gespeeld.

In 1945 was het tijd voor de wederopbouw van SVV Bornerbroek. Eerst onderging de vereniging een naamsverandering, te weten: Rooms Katholieke Sport Vereniging Bornerbroek (RKSV), met blauw-wit als clubkleuren. De reden hiervan is niet precies bekend. In het oprichtingsbestuur zaten onder anderen J. Morshuis, G. Nollen, B. Zwijnenberg, C. Boomars en J. Perik. De eerste wedstrijd was een vriendschappelijke wedstrijd tegen Enter. Jan Slot, die weer bij ons speelde, hield aan deze wedstrijd onplezierige herinneringen over. Hij werd door z'n oud-collega's uit de wedstrijd geschopt. Ook voor gevaarlijke spelers als Herman Braakhuis en Gerard Oonk (Smits Adje) was in deze wedstrijd weinig geluk beschoren. Enter moest ten koste van alles deze wedstrijd winnen. Deze wedstrijd werd gespeeld op het terrein van Te Riet, achter de kleuterschool.

Omdat dit veld te drassig was, werd al snel uitgeweken naar een terrein achter de toenmalige Sameico, bij Koln Herman (bij de Keeriet. Hier was een stuk grond beschikbaar dat toch niet voor landbouwdoeleinden gebruikt werd. Vanaf deze tijd was er ook een verplichte medische keuring. De R.K.U.V.B. werd ondergebracht bij de K.N.V.B. De R.K.S.V. Bornerbroek werd ingedeeld in de derde klasse T.V.B. Het toeval wilde dat het eerste en het tweede elftal in dezelfde klasse uitkwamen. Wedstrijden van Bornerbroek 1 tegen Heracles 4 en Bornerbroek 2 tegen Heracles 3 waren toen best mogelijk. In 1947 moest een ander veld gezocht worden. Jan Perik (Bron's Johan), bestuurslid, had de beschikking over een bunder grondgebied. Naast z'n huis (nu van de familie Heijmer-Perik) kwam dus een voetbalveld. De kleedkamer was de garage.

In 1949 werd wederom op het weiland van de familie Te Riet, achter de toenmalige kleuterschool, een voetbalveld uitgezet. Voor kleedruimte was men aangewezen op de schuur bij café Te Riet, of men kleedde zich ‘op n' wal um!’. Voor de wedstrijd werden eerst de koeienvlaaien van de ‘grasmat’ gehaald. Hiervoor werd een knecht van de familie Bolscher-Lohuis aangesteld. Deze man was geen katholiek en mocht, zonder toestemming van de pastoor, op zondag werken! Tijdens de wedstrijden stond de eigenaar (Niemeier genaamd) van het hiernaast gelegen perceel (De Knös!), met een hooivork in de aanslag om zodoende mensen ervan te weerhouden zijn weide te betreden. Belandde de wedstrijdbal in zijn weide, dan werd deze niet teruggegeven. Totdat ene Van de Worp (‘een snelle jongen’) langs de lijn stond. De bal kwam ook deze keer terecht in het weiland van Niemeier en weer werd de bal niet teruggegeven. Van de Worp bedacht zich geen moment. Hij sprong over het prikkeldraad en gooide Niemeier met bal en al om. Niemeier viel, rolde door de stront en liet de bal los. Van de Worp bracht vervolgens de afhandig gemaakte bal weer in het speelveld. Meneer Niemeier heeft sindsdien nooit meer een voetbalwedstrijd durven aanschouwen vanaf zijn gehuurde perceel.

Sinds deze tijd is hotel-restaurant-café Centraal (De Snieder) het onderkomen van de vereniging gebleven(tot de sluiting in 1991). Ook de jaarlijkse algemene ledenvergaderingen hadden hier plaats. De inkomsten bestonden hoofdzakelijk uit contributies en uitgaven uit onderhoud van het terrein, het kleedgebouwtje en spelmateriaal.

Omdat dit terrein ver beneden peil was, koos men voor een terrein achter bakker Nollen. Gerard Nollen was toen bestuurslid. In 1954 werd door Henny Mulders en Van de Bos senior (BörsBetske) van grote stenen platen een kleedruimte gebouwd, maar water moest meestal van elders worden aangesleept. Ook werd drainage aangelegd. Vier sleuven van 80 cm diep werden van de ene naar de andere sloot gegraven. Hierin werden vervolgens takkenbossen gelegd, waarna de sleuven weer werden dichtgegooid. Deze drainage bleek in het begin erg functioneel, maar na enkele jaren waren de littekens duidelijk zichtbaar. Om alles te bekostigen werd een instuif georganiseerd. Op het voetbalterrein werd hiervoor een tent opgezet, waarin diverse activiteiten werden gehouden. Verder werd een vriendschappelijke wedstrijd tussen Enter en Vreden (Duitsland) gespeeld.

De vereniging was nog vrij klein, maar wel overzichtelijk. Er waren drie senioren- en twee juniorenteams. Het standaardteam speelde in de derde klasse van de afdeling Twente. Het team draaide constant rond de bovenste plaats en werd ook een aantal keren kampioen. Echter de promotiewedstrijden, die hierop volgden werden steeds op punten verloren. De eerste wedstrijd (uit of thuis) verliep steeds goed, maar de tweede confrontatie werd steeds een ruime nederlaag. De oorzaak was dat de promotiewedstrijden gespeeld moesten worden tegen tweede, derde of zelfs vierde teams van grote verenigingen (Heracles, MVV of PH etcetera), die telkens een ander (beter) elftal op de grasmat lieten spelen. Van een indeling met alleen standaardelftallen was toen nog geen sprake. In feite was dit een oneerlijke strijd.

Bornerbroek was veelvuldig winnaar van diverse toernooien bij Rood Zwart of bij Hector. Het harde schot van Bernard Slot (Timmans Beend), met het bruine alpino-petje, was toentertijd echt berucht. Bij een toernooi van Hector won hij met elfmeter-schieten een beeldje. Dit standbeeldje staat nu nog in de kantine van 't sportcomplex ’t Brook’. Ook de onnavolgbare acties van Harrie Scholten (van Ool'n Bakker) waren bekend en vaak beslissend. Een achterstand van 2-0 werd omgezet in een 3-2 voorsprong, waardoor een toernooi bij Rood Zwart gewonnen werd.

In 1958 was het een succesvol jubileumjaar voor Bornerbroek, want zowel het eerste als het tweede werden kampioen. Het eerste team moest voor promotie een beslissingswedstrijd spelen tegen MVV, welke jammerlijk werd verloren. In hetzelfde jaar vierde onze vereniging haar 25-jarig jubileum. De burgemeester van Borne, de heer Kaufmann, sprak toen al lovende woorden uit over de vereniging. Aan de medeoprichters van de vereniging, de heren J. Morshuis en J. Perik, werden cadeaus overhandigd ter gelegenheid van hun 25-jarig lidmaatschap.

In dit jaar werd ook verkast naar de Bolscherlanden in een weide van de familie Rouweler, een andere weide fungeerde als trainingsveld. De kleedaccommodatie, die toen gebouwd werd en alleen was voorzien van ‘koud’ stromend water, is nu een paardenstal. Deze terreinen werden gehuurd van ’n Kaamp’ of beter gezegd café-restaurant Rouweler. Het kleedgebouw bestond uit twee kleedkamers en een scheidsrechterskleedkamer, wat in feite een hele vooruitgang was. Om het hoofdveld werden een afrastering en zitplaatsen aangebracht. Wij, als vereniging, konden weer een paar jaar vooruit.

1960-1969

De roerige naar veranderingen hunkerende jaren zestig zijn in onze sportvereniging nog vrij rustig voorbijgegaan. Alle standaardelftallen, die uitkwamen in de tweede, derde of vierde klasse van de afdeling Twente, werden opnieuw ingedeeld in de nieuw te vormen tweede klasse. Een lang gekoesterde wens van de kleine verenigingen was in vervulling gegaan. Nu had men eindelijk een eerlijke kans om verder door te stromen naar een hogere klasse.

In 1960 werd de heer Krabshuis uit Almelo trainer, doch kampioenschappen werden niet behaald. Totdat de heer Hofman met de scepter zwaaide. In 1968 promoveerde hij met Bornerbroek voor het eerst in het 35-jarig bestaan naar de eerste klasse. Promotie werd afgedwongen na het behalen van het kampioenschap bij RKSV Rijssen. In hetzelfde seizoen werd ook het tweede elftal kampioen, waarna zij promoveerden naar de derde klasse. Het eerste elftal degradeerde het jaar daarop wederom. In het seizoen daaropvolgend promoveerde het weer, na het spelen van twee beslissingswedstrijden. De eerste werd gespeeld, op het terrein van De Tukkers uit Albergen, tegen RSC uit Rossum. Deze wedstrijd verloor het eerste elftal met 1-0. Wij kregen een herkansing om toch nog promotie af te dwingen. In de eerste klasse A (regio Enschede) was één plaats vacant gekomen. De als derde geëindigde verenigingen in de tweede klasse A en B, resp. Het Centrum (Enschede) en Bornerbroek dus, moesten in een beslissingswedstrijd uitmaken wie deze plaats kon innemen. Na overleg met beide verenigingen was het terrein van Zenderen Vooruit als locatie aangewezen. Bornerbroek won deze wedstrijd met 6-3, door onder andere vijf doelpunten van Harry Slot. Het verblijf in de eerste klasse was nu twee seizoenen. In de periode van 1969 –‘72 waren de heren Stokkingreef en Timmermans de trainers.

1970-1979

In deze tijd was sprake van een toename van het aantal leden bij zowel hand- als voetbal. In deze periode had de vereniging vijf seniorenelftallen en zes jeugdelftallen. De jeugd kende een enorme groei dankzij invoering van de F-pupillen. Vanaf een leeftijd van zes jaar kon men al deelnemen aan de competitie.

In 1970 werd de voet- en handbalvereniging Bornerbroek gefuseerd tot één vereniging. Bij deze fusie werd het volgende bestuur samengesteld: A. Stopel, G. Visschedijk, T. te Riet, H. Lansink, H. Extercate, A. oude Meijers, H. Stam, A. Schothuis en J. Kokhuis. De omvang werd hiermede aanzienlijk uitgebreid en de accommodatie werd ontoereikend. De eerste stappen voor een nieuw sportcomplex werden gezet. Deze fusie is na jaren van onderlinge rivaliteit uiteindelijk een succesformule gebleken. Anno 2008 is er nog steeds sprake van een bloeiende ‘omnivereniging’.

In 1973 vierde de vereniging haar 40-jarig jubileum. Tal van festiviteiten werden georganiseerd met als afsluiting een wedstrijd tussen Bornerbroek 1 en spelers van 30 jaar en ouder. In de eerste helft nam het eerste een 2-0 voorsprong, doch door toedoen van Herman Winkel werd de eindstand 2-2.

In dit seizoen, 1972/73 lukte het Jan Hofman, ‘de meester’, opnieuw om met Bornerbroek een kampioenschap binnen te halen. Het verblijf in de eerste klasse duurde nu één jaar langer. In hetzelfde seizoen werd het tweede elftal ook kampioen en het promoveerde naar de tweede klasse.

Ondanks de goede tot zéér goede jeugd in die tijd, kon het standaardteam de eerste klasse nooit meer bereiken. Oorzaak hiervan was het vertrek van diverse spelers naar elders en in Bornerbroek was onvoldoende nieuwbouw.

Nadat de heer Hofman zijn heil elders had gezocht, waren de heren Haghuis en Schildwacht trainer bij onze vereniging.

In deze periode werd ook een kantine geplaatst op het terrein aan de Bolscherlanden. Hiervoor werd in de buurt van Doetinchem een schooltje gekocht, dat werd omgebouwd tot een gezellig verenigingshonk. Het was noodzakelijk om extra inkomsten te verwerven om de voortdurend stijgende onkosten te dekken. Dit gebouwtje werd later verkocht aan de voetbalvereniging Omhoog uit Wierden.

Aangezien de vereniging tijdelijk het terrein had gehuurd van de familie Rouweler was het, zoals eerder vermeld, naarstig op zoek naar een andere locatie. Na lang beraad werd, in samenwerking met de gemeente Borne, een terrein gevonden aan de andere kant van de Bolscherlanden. De familie J. Berg-Koehl was bereid haar grond beschikbaar te stellen, waarvoor nog steeds dank van de gehele Bornerbroekse gemeenschap.

Op 30 april 1976 werd op het terrein van de familie Rouweler de laatste wedstrijd gespeeld. Op deze dag werd het eerste buurtschappentoernooi gehouden, dat door het Rammelteam werd gewonnen. Het seizoen daarop werd gespeeld op het huidige sportcomplex ’t Brook’. In mei 1977 werd, na zes jaar onderhandelen, het prachtige sportcomplex geopend door burgemeester Hehenkamp. Deze accommodatie bestond, en bestaat nog steeds, uit twee voetbalvelden, een verhard handbalveld met verlichting en een trainingsveld met verlichting. De accommodatie die grotendeels door eigen leden gebouwd is, is nog steeds een visitekaartje voor de R.K.S.V. Bornerbroek.

1980 - 1989

Begin jaren tachtig kwamen we tot het inzicht, dat we met z'n allen op veel te grote voet leefden. Er moest op vele terreinen bezuinigd worden, de inflatie moest worden teruggedrongen en werkgelegenheid diende te worden bevorderd.

Prestatief verging het de eerste jaren goed. Onder Joop van Leeuwen uit Goor, en later Herman Bolk uit Weerselo, is twee keer een periodetitel binnengehaald, doch promotie kon nooit worden afgedwongen. Tot tweemaal toe was Omhoog spelbreker!

Mede door de te geringe aanvulling vanuit de jeugd, verging het Bornerbroek de jaren daarop wat minder. Een periodetitel werd nooit meer binnengehaald. Het tweede elftal degradeerde naar de derde klasse.

In 1983 werd het 50-jarig jubileum gevierd. Ook nu werden tal van activiteiten georganiseerd. In een Buitengewone Ledenvergadering was Ruud ter Weyden gastspreker. Ook werden enkele leden, vanwege het 15-, 25- of 35-jarig lidmaatschap, onderscheiden. In mei daarop werd een jubileumwedstrijd gespeeld tegen oud-profs van FC Twente, Heracles en Go Ahead Eagles.

In dit seizoen was Johan Spoler, oud-speler van Bornerbroek, trainer. Hij heeft daarvoor alle ups en downs meegemaakt, onder andere de promoties onder leiding van de heer Hofman naar de eerste klasse.

In de jaren '84 en '85 kwam onze vereniging in een diep dal terecht. De onderlinge verhoudingen tussen hand- en voetbal waren inmiddels zo slecht, dat er een enquêtecommissie moest worden aangesteld. Deze commissie kreeg de opdracht om allerlei problemen op een rij te zetten en mogelijke oplossingen aan te dragen voor het beter met elkaar kunnen functioneren. De enquêtecommissie kwam met een uitgebreid, voor enkelen een te ambitieus plan, om de vereniging weer op de rails terug te brengen. De start was veelbelovend, maar binnen één jaar was de situatie nog erger dan vóór het onderzoek. De oorzaak was, na spoedig bleek, een veel te optimistische aanname van vele onderdelen in een omnivereniging, zowel op het personele als het bestuurlijke vlak. Het werk moest worden gedaan door uitsluitend vrijwilligers, er waren geen beroepskrachten. Een basis van vertrouwen was volledig zoek. In het onderzoek van de enquêtecommissie van een jaar daarvoor was geen aandacht besteed aan het financiële gedeelte. Op de speciaal bijeen geroepen ledenvergadering om het rapport van de enquêtecommissie te bespreken, is ook door de leden nauwelijks aandacht aan het financiële plaatje besteed.

Na het uiteenvallen van bestuur en diverse commissies werd een voorlopig bestuur samengesteld. Na inzet van velen, die de sportvereniging een warm hart toedroegen, zijn we er weer bovenop gekomen.

Zoals net reeds is vermeld, waren de magere prestaties van Bornerbroek voornamelijk een gevolg van de te geringe aanvulling vanuit de jeugd. In 1984 werd de eerste jeugd-trainer aangetrokken, die niet uit eigen gelederen afkomstig was. Met name Harrie Heymer heeft zich er toentertijd voor ingezet dat het voor Bornerbroek belangrijk was een jeugdtrainer aan te trekken, die niet uit Bornerbroek kwam. In 1984 was Mans Kruidbos uit Hengelo de eerste jeugdtrainer. De heer Kruidbos was slechts één seizoen jeugdtrainer, hij overleed in 1985.

In 1985 werd Frans Freriksen uit Goor de nieuwe jeugdtrainer. Hij bleef dit gedurende twee seizoenen. Daarna volgde hij Dick Keizer uit Borne op als senioren-trainer. Dick Keizer was van 1984 t/m 1987 de hoofdtrainer. Met name Frans Freriksen heeft bij ons het nut van een jeugdplan aangedragen. Dit jeugdplan werd gerealiseerd door de opvolger van Frans Freriksen, te weten Theo de Vries uit Almelo. Dit jeugdplan is opgesteld voor het jeugdkader en vermeldt voor elke functie de taakverdeling. In dit plan wordt ook de overgang van jeugdleden naar de senioren uit de doeken gedaan.

Vanaf 1987 was gedurende twee seizoenen Frans Freriksen de verantwoordelijke man bij de senioren. In 1989 werd hij opgevolgd door Henze Lulof uit Goor. Ook Theo de Vries gaf in 1989 te kennen dat hij Bornerbroek wilde verlaten. Hij werd jeugdtrainer bij de geselecteerde jeugd van PH uit Almelo, dat uitkwam in de landelijke klasse. Het volgende seizoen werd Harrie Lammertink uit Goor jeugdtrainer. Echter halverwege het seizoen, om persoonlijke redenen, verliet hij Bornerbroek. Johan Spoler heeft de jeugd tot aan het einde van dat seizoen begeleid. Ook seniorentrainer Henze Lulof verliet Bornerbroek al na één seizoen. Hij werd het seizoen daarop opgevolgd door Jan Hammink, oud-keeper van Heracles.

1990 – 2008

Vanaf 1991 is oud-jeugdtrainer Theo de Vries seniorentrainer. Mede door de komst van een jeugdtrainer in Bornerbroek is het bergopwaarts gegaan met de jeugd. Het gevolg van deze kwaliteitsverbetering is, dat het eerste weer in de bovenste regionen van de tweede klasse te vinden is. Bij de winterstop van dat seizoen is het zelfs ‘Herbstmeister’!

Bij de jeugd is Ben Pleizier uit Rijssen de verantwoordelijke man. Mede door hem zijn de resultaten van het A-elftal boven verwachting. Was voor dit elftal eerst een rol toegedacht in de onderste regionen, door veel inzet en kameraadschappelijk optreden van dit jeugdteam is een tweede plaats in de regio-klasse een uitstekende prestatie.

Na Pleizier passeren vele jeugdtrainers de revue. De afdeling jeugd heeft inmiddels het streven op alle teams vanaf de D1 een gediplomeerde trainer te zetten, het jeugdplan werd rond de eeuwwisseling door met name Henk de Jong verder uitgebouwd en dient nu nog steeds als leidraad binnen de jeugdopleiding. In de jaren negentig zijn er diverse kampioenschappen behaald en zijn er goede A-elftallen geweest, waarvan een aantal spelers nu nog in het eerste team spelen. De jaren 2000 – 2008 kenmerken zich door de voortgang van het jeugdplan, steeds eerder worden er spelers voor het eerste elftal aangeleverd, wat zelfs betekende dat er in 2005/2006 zelfs drie jeugdspelers in het eerste team speelden. Deze trend heeft zich het seizoen daarop voortgezet.

Het eerste elftal heeft in de jaren 90, onder leiding van trainer Theo Booij uit Borne, grote successen gekend. Booij had de beschikking over een prima uitgebalanceerde selectie, misschien wel de beste die Bornerbroek al die jaren heeft gekend. In 1993/94 het eerste seizoen onder zijn leiding werd direct, via de nacompetitie, gepromoveerd naar de 1e klasse van de TVB, voor het eerst sinds de degradatie naar de 2e klasse TVB in het seizoen 1973/74. In het seizoen daarop, 1994/95 herhaalde Booij zijn kunststukje en werd in een historische veldslag tegen het roemruchtige en inmiddels ter ziele gegane Dolphia uit Enschede, promotie behaald naar de 4e klasse van de KNVB. Dit was op pinksterzaterdag, 5 juni 1995. Een verslag van deze veelbesproken wedstrijd vindt u elders in dit boek. Deze promotie betekende het debuut in de KNVB! Later werd de TVB ontbonden en werden de eerste en tweede klasse TVB vervangen door de vijfde en zesde klassen KNVB, district Oost. In de seizoenen 1995/1996 en 1996/97 speelde het team van trainer Booij prima mee in de 4e klasse KNVB en werd respectievelijk een keurige vijfde en vierde plek behaald. Theo Booij nam hierna afscheid en ging de geschiedenis in als de trainer die twee keer achter elkaar promoveerde met het eerste team. De opvolger van Booij was politieman Cees Mijwaart uit Losser. Hij regeerde met ijzeren hand en was een voorvechter van discipline. Velen zullen zich het voorval in de uitwedstrijd tegen Borne herinneren waar Mijwaart zo teleurgesteld was in het vertoonde spel dat hij verkoos de rust in de dug out te vertoeven, terwijl de spelers enigszins verwonderd naar de kleedkamer togen om de gebruikelijke thee te drinken. Toch heeft Mijwaart een goed seizoen gedraaid met een keurige 4e plaats en een plekje in de nacompetitie voor promotie naar de derde klasse. Dat laatste is helaas niet gelukt. Mijwaart hield het na één seizoen voor gezien en werd vervangen door toptrainer Henri ten Berge uit Haaksbergen. Het eerste seizoen, 1998/99, verliep toch enigszins moeizaam, met een 10e plaats werd degradatie ternauwernood voorkomen. Het seizoen daarop, 1999/2000 was het beste seizoen ooit van ons 1e team, er werd weer nacompetitie behaald met een keurige tweede plaats in de competitie. Helaas verliet ten Berge ons al weer na twee seizoenen, dit zou gelijk een wat rommelige periode inluiden waar veel trainers kwamen en snel weer gingen. De opvolger van ten Berge, Martin oude Engberink uit Borne had het zwaar en werd tijdens het seizoen vervangen door oud Bornerbroek-speler Arnold Westen. Arnold bleef hierna nog één seizoen. Deze seizoenen werden respectievelijk een zevende en een negende plek behaald. Doordat Arnold een baan kreeg waardoor hij niet meer altijd de training kon verzorgen, nam hij na dit seizoen al weer afscheid. In het seizoen 2002/03 kwam de nog onervaren trainer Willy de Graaf uit Delden. Dit in combinatie met een jong team werd er helaas gedegradeerd uit de vierde klasse en werd er voor het eerst in acht jaar gedegradeerd naar de vijfde klasse KNVB. Het jaar daarop werd ternauwernood niet gedegradeerd. De Graaf bleef nog één seizoen, 2004/2005, maar de resultaten waren helaas niet om naar huis te schrijven, daarom werd in onderling overleg besloten de samenwerking te beëindigen. De Graaf werd in november vervangen door Willy Kaspers uit Enschede, een trainer die veel hoger heeft getraind en maar één taak meekreeg; klassebehoud, wat gelukkig is gelukt. De huidige trainer Jerry Arjaans werd in 2005 gecontracteerd en heeft in zijn eerste seizoen een moeizaam jaar en werd negende. Arjaans paste veel jeugd in en al in het seizoen daarop heeft zich dat uitbetaald. In 2007 werd, weer met Pinksteren (net als in 1995), na een bloedstollende nacompetitiewedstrijd tegen Borne gepromoveerd naar de vierde klasse KNVB. In het huidige seizoen 2007/2008 vecht ons eerste elftal voor lijfsbehoud. Trainer Arjaans heeft het vertrouwen in Bornerbroek inmiddels bevestigd door zijn contract met één jaar te verlengen.

In het jaar 2000 is in Bornerbroek een damesvoetbalteam opgericht (zie elders in dit boek). Deze groep is enthousiast begonnen in de laagste klasse en grote nederlagen werden naar verloop van tijd omgezet in overwinningen. In het seizoen 2006/2007 werd het kampioenschap ternauwernood gemist, maar toch gepromoveerd. Het seizoen 2007/2008 spelen deze dames een klasse hoger en met voor het eerst een gekwalificeerde trainer, Fred Bosman uit Hengelo.

Bestuurlijk is de RKSV in de jaren 2000 gereorganiseerd, de jeugd- en seniorencommissie van de afdeling voetbal zijn samengegaan en de voorzitter van de Technische Commissie neemt plaats in deze voetbalcommissie. De voorzitter van de voetbalcommissie, Henk de Jong, vormt samen met de voorzitter van de handbalcommissie Diny Klaassen, Willy Pigge van de sponsorcommissie (SPR) en het dagelijks bestuur, bestaande uit voorzitter Henny Lansink, secretaris Carla Ensink en penningmeester Jan Ketelaar het jubilerende bestuur van de vereniging.

Na 75 jaar RKSV Bornerbroek is het nog steeds een bloeiende vereniging met een grote groei van leden, een goede jeugdopleiding en een schitterend complex, inclusief sinds enkele jaren een prachtig kunstgrasveld. Het motto luidt nog steeds, net als 85 jaar geleden bij de voorloper van de huidige vereniging: ‘Vooruitgang is ons streven’.